Ga naar inhoud
Westerduin

Algemene voorwaarden

Geldend vanaf 1 januari 2026

Download als PDF

Algemeen

Voor u liggen de Algemene Voorwaarden van Westerduin Personeel B.V. Deze voorwaarden worden gehanteerd voor de terbeschikkingstelling van vakkrachten door de in Nederland gevestigde uitzendondernemingen, die deel uitmaken van Westerduin Personeel BV.

De uitzendverhouding

De inhoud van deze algemene voorwaarden is grotendeels terug te voeren op het bijzondere karakter van de uitzendverhouding, die bijvoorbeeld wezenlijk verschilt van het leveren van goederen of het aannemen van werk. Bij de uitzendverhouding zijn twee partijen betrokken: de opdrachtgever en de uitzendonderneming. Voor een goed begrip van de verhouding tussen alle betrokken partijen en het hoe en waarom van deze algemene voorwaarden is het volgende van belang: Tussen de vakkracht en de uitzendonderneming bestaat een uitzendovereenkomst. Dit is een bijzondere arbeidsovereenkomst, waarbij de vakkracht door de uitzendonderneming ter beschikking wordt gesteld aan een opdrachtgever om onder leiding en toezicht van deze opdrachtgever werkzaamheden te gaan verrichten. De vakkracht is dus formeel in dienst van de uitzendonderneming.

  • De vakkracht is werkzaam op basis van een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd. Op de uitzendovereenkomst kan het uitzendbeding van toepassing zijn verklaard. Zolang het uitzendbeding van toepassing is eindigt de uitzendovereenkomst als de opdrachtgever de uitzending beëindigt (tenzij de vakkracht op dat moment arbeidsongeschikt is; dan eindigt de uitzendovereenkomst pas nadat de vakkracht weer is hersteld óf de in de uitzendovereenkomst opgenomen einddatum is verstreken). Is de vakkracht werkzaam op basis van een uitzendovereenkomst waarop het uitzendbeding niet van toepassing is verklaard, dan betekent het einde van de uitzending niet automatisch het einde van de overeenkomst tussen vakkracht en uitzendonderneming. Doorgaans wordt dan gesproken over ‘detachering’. In de algemene voorwaarden vindt u dit begrip overigens niet terug. Daarin is aangesloten bij de wettelijke terminologie (‘uitzendovereenkomst’, ‘terbeschikkingstelling’).

De rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden van de vakkracht zijn geregeld in de (ABU) cao voor uitzendkrachten. Kern van de rechtspositieregeling is dat de vakkracht meer rechten opbouwt naarmate hij langer voor de uitzendonderneming werkt. Tussen de vakkracht en de opdrachtgever bestaat geen arbeidsovereenkomst. De vakkracht is echter wel feitelijk werkzaam bij de opdrachtgever. Leiding over en toezicht op de werkzaamheden liggen bij die opdrachtgever. Tussen de opdrachtgever en de uitzendonderneming bestaat een (overeenkomst van) opdracht, op basis waarvan een vakkracht ter beschikking wordt gesteld en waarop deze algemene voorwaarden van toepassing zijn. Bij die opdracht worden afspraken gemaakt over zaken als de functie, de ter beschikking te stellen vakkracht, de duur van de opdracht en het tarief. Deze afspraken worden in het algemeen schriftelijk overeengekomen of bevestigd.

Artikel 1 – Werkingssfeer

Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle aanbiedingen, opdrachten en overige overeenkomsten van de in Nederland gevestigde uitzendonderneming(en) van Westerduin Personeel B.V. voor zover één en ander betrekking heeft op het ter beschikking stellen van vakkrachten aan opdrachtgevers.

1. Eventuele inkoop- of andere voorwaarden van de opdrachtgever zijn niet van toepassing.

2. Van deze Algemene Voorwaarden afwijkende afspraken zijn slechts van toepassing indien schriftelijk overeengekomen en gelden uitsluitend voor die opdracht.

Artikel 2 – Definities

In deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder:

1. Uitzendonderneming: de in Nederland gevestigde uitzendonderneming(en) van Westerduin Personeel B.V. die op basis van een overeenkomst vakkrachten ter beschikking stelt aan opdrachtgevers.

2. Vakkracht: ieder natuurlijk persoon, die een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 7:690 BW is aangegaan met de uitzendonderneming, teneinde arbeid te verrichten voor een derde onder leiding en toezicht van die derde.

3. Opdrachtgever: ieder natuurlijke of rechtspersoon die een vakkracht werkzaamheden onder diens leiding en toezicht in het kader van een opdracht, als bedoeld in lid 4 van dit artikel, laat uitvoeren.

4. Opdracht: de overeenkomst tussen een opdrachtgever en de uitzendonderneming op grond waarvan een enkele vakkracht, als bedoeld in lid 2 van dit artikel, door de uitzendonderneming aan de opdrachtgever ter beschikking wordt gesteld om onder diens leiding en toezicht werkzaamheden te verrichten, zulks tegen betaling van het opdrachtgeverstarief.

5. Terbeschikkingstelling: de tewerkstelling van een vakkracht in het kader van een opdracht.

6. Uitzendbeding: de schriftelijke bepaling in de arbeidsovereenkomst tussen de uitzendonderneming en de vakkracht en/of in de cao, inhoudende dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de vakkracht door de uitzendonderneming aan de opdrachtgever op verzoek van de opdrachtgever ten einde komt (artikel 7:691 lid 2 BW).

7. Cao: de collectieve arbeidsovereenkomst voor vakkrachten, gesloten tussen de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) enerzijds en een of meerdere vakbonden anderzijds.

8. Opdrachtgeverstarief: het door de opdrachtgever aan de uitzendonderneming verschuldigde tarief, exclusief toeslagen, kostenvergoedingen en btw. Het tarief wordt per uur berekend, tenzij anders vermeld.

9. Week: de kalenderweek die begint op maandag om 0.00 uur en eindigt op zondag om 24.00 uur.

Artikel 3 – Offertes en aanvaarding

Alle offertes en aanbiedingen van uitzendonderneming zijn vrijblijvend, tenzij in de offerte schriftelijk uitdrukkelijk anders is aangegeven.

1. Een opdracht komt tot stand door aanvaarding van de offerte door de opdrachtgever of indien door uitzendonderneming uitvoering wordt gegeven aan een opdracht. Indien uitzendonderneming op verzoek van de opdrachtgever enige prestatie levert voordat een opdracht tot stand is gekomen, zal opdrachtgever uitzendonderneming daarvoor betalen conform de dan bij uitzendonderneming geldende tarieven.

2. De prijzen in de offerte zijn exclusief btw tenzij uitdrukkelijk schriftelijk anders is aangegeven.

3. De uitzendonderneming kan niet aan zijn offertes of aanbiedingen worden gehouden indien de opdrachtgever redelijkerwijs kan begrijpen dat de offertes of aanbiedingen, dan wel een onderdeel daarvan, een kennelijke vergissing of verschrijving bevat.

Artikel 4 – De opdracht en de terbeschikkingstelling

Opdracht

1. De opdracht wordt aangegaan voor bepaalde of onbepaalde tijd.

2. De opdracht voor bepaalde tijd is de opdracht die wordt aangegaan:

  • óf voor een vaste periode
  • óf voor een bepaalbare periode
  • óf voor een bepaalbare periode die een vaste periode niet overschrijdt.

De opdracht voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege door het verstrijken van de overeengekomen tijd of doordat een vooraf vastgestelde objectief bepaalbare gebeurtenis zich voordoet.

Einde opdracht

3. Opzegging van een opdracht voor onbepaalde tijd dient schriftelijk te geschieden met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden.

4. Tussentijdse opzegging van de opdracht voor bepaalde tijd is niet mogelijk, tenzij in de inleenovereenkomst anders is overeengekomen. De opzegging dient schriftelijk te geschieden.

5. De opdracht voor een bepaalde periode die een vaste periode niet overschrijdt dient schriftelijk beëindigd te worden.

6. Elke opdracht eindigt onverwijld wegens ontbinding op het tijdstip dat één van beide partijen de ontbinding van de opdracht inroept omdat:

  • de andere partij in verzuim is
  • de andere partij geliquideerd is
  • de andere partij in staat van faillissement is verklaard of surseance van betaling heeft aangevraagd.

Indien de uitzendonderneming de ontbinding op één van deze gronden inroept, ligt in de gedraging van de opdrachtgever, waarop de ontbinding is gebaseerd, het verzoek van de opdrachtgever besloten om de terbeschikkingstelling te beëindigen. Dit leidt niet tot enige aansprakelijkheid van de uitzendonderneming voor de schade die de opdrachtgever dientengevolge lijdt. Ten gevolge van de ontbinding zullen de vorderingen van de uitzendonderneming onmiddellijk opeisbaar zijn.

Einde terbeschikkingstelling

7. Het einde van de opdracht betekent het einde van de terbeschikkingstelling. Beëindiging van de opdracht door de opdrachtgever houdt in het verzoek van de opdrachtgever aan de uitzendonderneming om de lopende terbeschikkingstelling(en) te beëindigen tegen de datum waarop de opdracht rechtsgeldig is geëindigd, respectievelijk waartegen de opdracht rechtsgeldig is ontbonden.

8. De terbeschikkingstelling eindigt van rechtswege indien en zodra de uitzendonderneming de vakkracht niet meer ter beschikking kan stellen, doordat de arbeidsovereenkomst tussen de uitzendonderneming en de vakkracht is geëindigd en deze arbeidsovereenkomst niet aansluitend wordt voortgezet ten behoeve van dezelfde opdrachtgever. De uitzendonderneming schiet in dit geval niet toerekenbaar tekort jegens de opdrachtgever en is evenmin aansprakelijk voor eventuele schade die de opdrachtgever hierdoor lijdt.

Artikel 5 – Mogelijkheden van inhuur vakkrachten

1. De uitzendonderneming zal conform wetgeving handelen en de vakkracht bij een oproepovereenkomst na 12 maanden een aanbod doen voor een contract met een vaste urenomvang. Wanneer opdrachtgever hier niet aan kan voldoen, heeft de uitzendonderneming het recht om de vakkracht bij een andere opdrachtgever te plaatsen.

2. De vakkracht is nimmer exclusief beschikbaar voor de opdrachtgever. De uitzendonderneming heeft te allen tijde het recht om de vakkracht bij een andere opdrachtgever te plaatsen. Uitzendonderneming zal dit altijd in goed overleg met de opdrachtgever doen.

3. Het is voor de opdrachtgever niet mogelijk om zelf kandidaten te werven en bij de uitzendonderneming op de loonlijst te plaatsen. Indien opdrachtgever een mogelijke kandidaat heeft, kan hij deze persoon doorsturen naar de uitzendonderneming waar het volledige selectietraject wordt doorlopen. De uitzendonderneming bepaalt de uiteindelijke selectie en maakt de keuze of de kandidaat bij de opdrachtgever tewerkgesteld kan worden. De uitzendonderneming heeft echter ook altijd de mogelijkheid om de kandidaat bij een andere opdrachtgever te plaatsen. Niet alleen gedurende het selectieproces, maar ook gedurende de eventuele tewerkstelling.

Artikel 6 – Vervanging en beschikbaarheid

1. De uitzendonderneming is gerechtigd om gedurende de looptijd van de opdracht een vervangende vakkracht aan te bieden. De opdrachtgever kan een dergelijk voorstel op redelijke gronden afwijzen.

2. De uitzendonderneming is te allen tijde gerechtigd aan de opdrachtgever een voorstel te doen tot vervanging van een ter beschikking gestelde vakkracht door een andere vakkracht onder voortzetting van de opdracht, zulks met het oog op het bedrijfsbeleid of personeelsbeleid van de uitzendonderneming, behoud van werkgelegenheid of naleving van geldende wet- en regelgeving. De opdrachtgever zal een dergelijk voorstel slechts op redelijke gronden afwijzen. De opdrachtgever zal een eventuele afwijzing desgevraagd schriftelijk motiveren.

3. De uitzendonderneming schiet niet toerekenbaar tekort jegens de opdrachtgever en is niet gehouden tot vergoeding van enige schade of kosten aan de opdrachtgever, indien de uitzendonderneming om welke reden dan ook een (vervangende) vakkracht niet (meer), althans niet (meer) op de wijze en in de omvang als bij de opdracht of nadien overeengekomen aan de opdrachtgever ter beschikking kan stellen.

4. Indien de arbeidskracht wordt vervangen door een andere arbeidskracht zal de uur beloning ten aanzien van de vervangende arbeidskracht opnieuw worden vastgesteld op de basis als vermeld in artikel 9 van deze Algemene Voorwaarden en zal het opdrachtgeverstarief dienovereenkomstig worden aangepast.

Artikel 7 – Opschortingsrecht

1. De opdrachtgever is niet gerechtigd de tewerkstelling van de vakkracht tijdelijk geheel of gedeeltelijk op te schorten.

2. In afwijking van lid 1 van dit artikel is opschorting wel mogelijk indien:

  • Dit schriftelijk wordt overeengekomen en daarbij de looptijd is vastgelegd; én
  • De uitzendonderneming jegens de vakkracht met succes een beroep kan doen op uitsluiting van de loondoorbetalingsplicht op grond van de cao.

3. Indien de opdrachtgever niet gerechtigd is de tewerkstelling tijdelijk op te schorten, maar de opdrachtgever tijdelijk geen werk heeft voor de vakkracht of de vakkracht niet te werk kan stellen, is de opdrachtgever gehouden voor de duur van de opdracht onverkort aan de uitzendonderneming het opdrachtgeverstarief te voldoen over het per periode (week, maand, en dergelijke) krachtens opdracht laatstelijk geldende of gebruikelijke aantal uren en overuren.

Artikel 8 – Werkprocedure, functie en beloning

1. De opdrachtgever verstrekt de uitzendonderneming voor aanvang van de opdracht een accurate omschrijving van de functie, functie-eisen, werktijden, arbeidsduur, werkzaamheden, arbeidsplaats, arbeidsomstandigheden en de beoogde looptijd van de opdracht. Ook deelt de opdrachtgever de bij de opdrachtgever geldende arbeidsvoorwaarden, zodat de uitzendonderneming de gelijkwaardige beloning voor de vakkracht kan vaststellen.

2. De uitzendonderneming bepaalt aan de hand van de door de opdrachtgever verstrekte informatie en de haar bekende hoedanigheden, kennis en vaardigheden van de voor ter beschikking in aanmerking komende vakkrachten, welke vakkrachten zij aan de opdrachtgever voorstelt ter uitvoering van de opdracht. De opdrachtgever is gerechtigd de voorgestelde vakkracht af te wijzen, waardoor de terbeschikkingstelling van de voorgestelde vakkracht geen doorgang vindt.

3. De uitzendonderneming schiet niet tekort jegens de opdrachtgever en is niet gehouden tot vergoeding van enige schade, indien de contacten tussen de opdrachtgever en de uitzendonderneming, voorafgaande aan een mogelijke opdracht, waaronder begrepen een concrete aanvraag van de opdrachtgever om een vakkracht ter beschikking te stellen, om welke reden dan ook niet of niet binnen de door de opdrachtgever gewenste termijn, leiden tot de daadwerkelijke terbeschikkingstelling van een vakkracht.

4. De uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van het inzetten van arbeidskrachten die niet blijken te voldoen aan de door de opdrachtgever gestelde eisen, tenzij de opdrachtgever binnen een redelijke termijn na aanvang van de terbeschikkingstelling een schriftelijke klacht ter zake bij de uitzendonderneming indient en daarbij bewijst dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de uitzendonderneming bij de selectie.

5. De vakkracht heeft recht op gelijkwaardige beloning. Dat brengt mee dat de totale arbeidsvoorwaarden van de vakkracht gelijkwaardig moeten zijn aan die van de werknemer in dienst van de opdrachtgever, werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie, overeenkomstig het bepaalde in de cao. De uitzendonderneming kan er tevens voor kiezen om in plaats van de gelijkwaardige beloning dezelfde arbeidsvoorwaarden toe te passen zoals deze gelden voor de werknemer in dienst van de opdrachtgever die een gelijke of gelijkwaardige functie vervult. Voor aanvang van de opdracht verstrekt de opdrachtgever – conform zijn wettelijke verplichting uit hoofde van art. 12a Waadi – de omschrijving van de door de vakkracht uit te oefenen functie, de bijbehorende inschaling en alle voor die functie geldende arbeidsvoorwaarden.

6. De beloning van de vakkracht wordt vastgesteld conform de cao (daaronder mede begrepen de bepalingen omtrent de gelijkwaardige beloning en eventueel aanvullende voordelen en zekerheden) en de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zulks aan de hand van de door de opdrachtgever verstrekte functieomschrijving.

7. Indien bij de uitzendondernemingen onduidelijkheid bestaat over de inhoud of waardering van enige bij de opdrachtgever geldende arbeidsvoorwaarde, zal de opdrachtgever desgevraagd de noodzakelijke inlichtingen verschaffen om die onduidelijkheid op te helderen.

8. Indien op enig moment blijkt dat die functieomschrijving en de bijbehorende inschaling niet overeenstemmen met de werkelijk door de vakkracht uitgeoefende functie, zal de opdrachtgever aan de uitzendonderneming onverwijld de juiste functieomschrijving met bijbehorende inschaling aanreiken. De beloning van de vakkracht zal opnieuw worden vastgesteld aan de hand van de nieuwe functieomschrijving. De functie en/of inschaling kan tijdens de opdracht worden aangepast, indien de vakkracht op die aanpassing in redelijkheid aanspraak maakt met een beroep op wet- en regelgeving en/of de cao. Indien de aanpassing leidt tot een hogere beloning, is de uitzendonderneming gerechtigd de beloning van de vakkracht én het opdrachtgeverstarief dienovereenkomstig te corrigeren. De opdrachtgever is dit gecorrigeerde tarief aan de uitzendonderneming (met terugwerkende kracht) verschuldigd vanaf het moment dat de vakkracht aanspraak heeft op de hogere beloning op grond van wet- en regelgeving en/of de cao.

9. De opdrachtgever stelt de uitzendonderneming tijdig en in ieder geval direct bij het bekend worden, op de hoogte van wijzigingen in de toepasselijke arbeidsvoorwaarden.

10. De uitzendonderneming zal de vakkracht een periodiek toekennen, zodra de vakkracht daarop aanspraak kan maken. Indien de opdrachtgever op grond van de bij haar geldende arbeidsvoorwaardenregeling de mogelijkheid heeft om geen periodiek toe te kennen indien een vakkracht onvoldoende functioneert en opdrachtgever deze werkwijze wenst toe te passen ten aanzien van een vakkracht, informeert de opdrachtgever de uitzendonderneming ten minste één maand voorafgaand aan de datum waarop de vakkracht aanspraak kan maken op toekenning van een periodiek. De uitzendorganisatie en de opdrachtgever treden vervolgens in overleg over de beoordeling van het functioneren van de vakkracht en de toekenning van een periodiek.

11. Overwerk, werk in ploegendiensten, op bijzondere tijden of dagen (daaronder begrepen feestdagen) en/of verschoven uren worden beloond conform de ter zake geldende regeling in de cao en worden aan de opdrachtgever doorberekend.

12. Indien en voor zover voor de vakkracht vanwege niet indeelbaarheid een beloning wordt vastgesteld, stelt de opdrachtgever de uitzendonderneming tijdig en in ieder geval direct bij het bekend worden op de hoogte van een wijziging in het functiegebouw van de opdrachtgever die tot gevolg heeft dat de door de vakkracht uitgeoefende functie alsnog in het functiegebouw van de opdrachtgever kan of had moeten worden ingedeeld. De beloning en het opdrachtgeverstarief worden in dat geval overeenkomstig lid 8 van dit artikel aangepast.

Artikel 9 – Arbeidsduur en werktijden

1. De arbeidsomvang en de werktijden van de vakkracht bij de opdrachtgever worden vastgelegd in de opdrachtbevestiging, dan wel anders overeengekomen. De werktijden, de arbeidsduur en de rusttijden van de vakkracht zijn gelijk aan de bij opdrachtgever ter zake gebruikelijke tijden en uren, tenzij anders is overeengekomen. De opdrachtgever staat ervoor in dat de arbeidsduur en de rust- en werktijden van de vakkracht voldoen aan de wettelijke vereisten. De opdrachtgever ziet erop toe dat de vakkracht de rechtens toegestane werktijden en de overeengekomen arbeidsomvang niet overschrijdt.

2. Vakantie en verlof van de vakkracht worden geregeld conform de wet en de dan geldende ABU cao.

3. Indien de arbeidskracht specifieke scholing dan wel werkinstructies behoeft voor de uitvoering van de opdracht, zullen de uren die de arbeidskracht aan deze scholing besteedt, als gewerkte uren in rekening worden gebracht bij de opdrachtgever, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. Uren die aan overige scholing worden besteed zullen niet in rekening worden gebracht aan de opdrachtgever, tenzij dit anders is overeengekomen. De voor overige scholing benodigde afwezigheidperioden worden in overleg tussen de opdrachtgever en de uitzendonderneming vastgesteld en zo mogelijk bij de aanvang van de opdracht overeengekomen.

Artikel 10 – Bedrijfssluitingen en verplichte vrije dagen

1. De opdrachtgever dient de uitzendonderneming bij het aangaan van de opdracht te informeren omtrent eventuele bedrijfssluitingen en collectief verplichte vrije dagen gedurende de looptijd van de opdracht, opdat de uitzendonderneming deze omstandigheid, indien mogelijk, deel kan laten uitmaken van de arbeidsovereenkomst met de vakkracht. Indien een voornemen tot vaststelling van een bedrijfssluiting en/of collectief verplichte vrije dagen bekend wordt na het aangaan van de opdracht, dient de opdrachtgever de uitzendonderneming onmiddellijk na het bekend worden hiervan te informeren.

2. Indien de opdrachtgever nalaat om de uitzendonderneming tijdig te informeren, is de opdrachtgever gehouden voor de duur van de bedrijfssluiting onverkort aan de uitzendonderneming het opdrachtgeverstarief te voldoen over het krachtens de opdracht en voorwaarden laatstelijk geldende of gebruikelijke aantal uren en overuren per periode.

Artikel 11 – Goede uitoefening van leiding en toezicht

1. De opdrachtgever zal zich ten aanzien van de vakkracht bij de uitoefening van het toezicht of de leiding, alsmede met betrekking tot de uitvoering van het werk, gedragen op dezelfde zorgvuldige wijze als waartoe hij ten opzichte van zijn eigen medewerkers gehouden is.

2. Het is de opdrachtgever niet toegestaan de vakkracht op zijn beurt aan een derde ‘door te lenen’; dat wil zeggen aan een derde ter beschikking te stellen voor het onder toezicht of leiding van deze derde verrichten van werkzaamheden. Onder doorlening wordt mede verstaan het door de opdrachtgever ter beschikking stellen van een vakkracht aan een (rechts)persoon waarmee de opdrachtgever in een groep (concern) is verbonden.

3. De opdrachtgever kan de vakkracht slechts te werk stellen in afwijking van het bij opdracht en voorwaarden bepaalde, indien de uitzendonderneming en de vakkracht daarmee vooraf schriftelijk hebben ingestemd.

4. Tewerkstelling van de vakkracht in het buitenland door een in Nederland gevestigde opdrachtgever is niet toegestaan. Opdrachtgever vrijwaart de uitzendonderneming voor alle schade en boetes die voortvloeien uit overtreding van de eerste zin van dit artikellid.

5. De opdrachtgever zal aan de vakkracht de schade vergoeden die deze lijdt doordat een aan hem toebehorende zaak, die in het kader van de opgedragen werkzaamheden is gebruikt, is beschadigd of tenietgedaan.

6. De uitzendonderneming is tegenover de opdrachtgever niet aansprakelijk voor schade en verliezen aan de opdrachtgever, derden dan wel aan de vakkracht zelf die voortvloeien uit doen of nalaten van de vakkracht.

7. De uitzendonderneming is tegenover de opdrachtgever niet aansprakelijk voor verbintenissen die vakkrachten zijn aangegaan met of die voor hen zijn ontstaan jegens de opdrachtgever of derden, al dan niet met toestemming van de opdrachtgever of die derden.

8. De opdrachtgever vrijwaart de uitzendonderneming voor elke aansprakelijkheid (inclusief kosten met inbegrip van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand) van de uitzendonderneming als werkgever van de vakkracht – direct of indirect – ter zake van de in leden 5, 6 en 7 van dit artikel bedoelde schaden, verliezen en verbintenissen.

9. De opdrachtgever zal zich, voor zover mogelijk, afdoende verzekeren tegen aansprakelijkheid op grond van het bepaalde in dit artikel. Op verzoek van de uitzendonderneming verstrekt de opdrachtgever een bewijs van de verzekering.

Artikel 12 – Arbeidsomstandigheden

1. De opdrachtgever verklaart zich bekend met het feit dat hij in de Arbeidsomstandighedenwet wordt aangemerkt als werkgever.

2. De opdrachtgever is jegens de vakkracht en de uitzendonderneming verantwoordelijk voor de nakoming van de uit artikel 7:658 BW, de Arbeidsomstandighedenwet en de daarmee samenhangende regelgeving voortvloeiende verplichtingen op het gebied van de veiligheid op de werkplek en goede arbeidsomstandigheden in het algemeen.

3. De opdrachtgever is gehouden om aan de vakkracht en aan de uitzendonderneming tijdig, in ieder geval één werkdag voor aanvang van de werkzaamheden schriftelijk informatie te verstrekken over de verlangde beroepskwalificaties en de specifieke kenmerken van de in te nemen arbeidsplaats. De opdrachtgever geeft de vakkracht actieve voorlichting met betrekking tot de binnen zijn onderneming gehanteerde Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RIE). Daarnaast dient de opdrachtgever gebruik te maken van het Arbodocument dat door de uitzendonderneming ter beschikking wordt gesteld.

4. Indien de vakkracht een bedrijfsongeval of een beroepsziekte overkomt, zal de opdrachtgever, indien wettelijk vereist, de bevoegde instanties hiervan onverwijld op de hoogte stellen en ervoor zorgdragen dat daarvan onverwijld een schriftelijke rapportage wordt opgemaakt. In de rapportage wordt de toedracht van het ongeval zodanig vastgelegd, dat daaruit met redelijke mate van zekerheid kan worden opgemaakt of en in hoeverre het ongeval het gevolg is van het feit dat onvoldoende maatregelen waren genomen ter voorkoming van het ongeval dan wel van de beroepsziekte. De opdrachtgever informeert de uitzendonderneming zo spoedig mogelijk over het bedrijfsongeval of de beroepsziekte en overlegt een kopie van de opgestelde rapportage.

5. De opdrachtgever zal aan de vakkracht vergoeden – en de uitzendonderneming vrijwaren tegen – alle schade (inclusief kosten met inbegrip van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand) die de vakkracht in het kader van de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, indien en voor zover de opdrachtgever en/of de uitzendonderneming daarvoor aansprakelijk zijn op grond van artikel 7:658 en/of artikel 7:611 BW. Indien het bedrijfsongeval tot de dood leidt, is de opdrachtgever gehouden de schade (inclusief kosten met inbegrip van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand) te vergoeden conform artikel 6:108 BW aan de in dat artikel genoemde personen.

6. De opdrachtgever zal zich afdoende verzekeren tegen aansprakelijkheid op grond van het bepaalde in dit artikel. Op verzoek van de uitzendonderneming verstrekt de opdrachtgever een bewijs van verzekering.

Artikel 13 – Aansprakelijkheid opdrachtgever

1. De opdrachtgever die de verplichtingen die voor hem voortvloeien uit deze Algemene Voorwaarden niet nakomt, is gehouden tot vergoeding van alle daaruit voortvloeiende schade van de uitzendonderneming (inclusief alle kosten waaronder die van rechtsbijstand), zonder dat voorafgaande ingebrekestelling nodig is, en hij dient de uitzendonderneming zo nodig ter zake te vrijwaren. Dit laat onverlet, dat de uitzendonderneming eventuele andere vorderingen kan instellen, zoals het inroepen van ontbinding. Het bepaalde in dit artikel is van algemene gelding, zowel – zo nodig aanvullend – ten aanzien van onderwerpen waarbij de schadevergoedingsplicht reeds afzonderlijk in deze Algemene Voorwaarden is geregeld als ten aanzien van onderwerpen waarbij dat niet het geval is.

Artikel 14 – Opdrachtgeverstarief

1. Het door de opdrachtgever aan de uitzendonderneming verschuldigde opdrachtgeverstarief wordt berekend over de door de vakkracht gewerkte uren en/of (indien dit aantal hoger is) over de uren waarop de uitzendonderneming op grond van de algemene voorwaarden, opdrachten en/of overige overeenkomsten aanspraak heeft en/of de door de uitzendonderneming aan de vakkracht verschuldigde arbeidsvoorwaarden. Het opdrachtgeverstarief wordt vermeerderd met de overige arbeidsvoorwaarden die de uitzendonderneming verschuldigd is aan de vakkracht uit hoofde van de verplichting tot gelijkwaardige beloning. De uitzendonderneming is te allen tijde – maar ten minste jaarlijks en/of bij het einde van de terbeschikkingstelling – gerechtigd om in aanvulling op verschuldigde opdrachtgeverstarief het bedrag in rekening te brengen dat de uitzendonderneming aanvullend op diens periodeloon moet of heeft moeten voldoen aan de vakkracht uit hoofde van diens aanspraak op gelijkwaardige beloning krachtens de cao. Voor zover mogelijk is de verdeling van het opdrachtgeverstarief en de nacalculatie terug te vinden op de inleenovereenkomst. Bruto vergoedingen zullen tegen kostprijs 1,43 gefactureerd worden. Over alle betalingen uit hoofde van dit artikel wordt btw in rekening gebracht.

2. De uitzendonderneming is gerechtigd om het opdrachtgeverstarief tijdens de looptijd van de opdracht aan te passen, indien de kosten van de uitzendarbeid stijgen:

  • als gevolg van wijziging van de CAO of van de daarbij geregelde lonen of wijziging van de bij de opdrachtgever geldende CAO en/of arbeidsvoorwaardenregeling of de daarbij geregelde lonen
  • als gevolg van onvolledige, foutieve of wijzigingen in de aangeleverde arbeidsvoorwaarden van de opdrachtgever
  • als gevolg van wijzigingen in of ten gevolge van wet- en regelgeving, waaronder begrepen wijzigingen in of ten gevolge van de sociale en fiscale wet- en regelgeving, de cao of enig verbindend voorschrift
  • als gevolg van een (periodieke) loonsverhoging en/of een (eenmalige) verplichte uitkering, voortvloeiende uit de cao, de bij de opdrachtgever geldende cao en/of arbeidsvoorwaardenregeling en/of wet en regelgeving
  • als gevolg van een rechterlijke uitspraak.

3. Indien de opdrachtgever niet instemt met betaling van het aangepaste opdrachtgeverstarief ingevolge lid 2 en/of artikel 8, dan ligt daarin besloten het verzoek van de opdrachtgever om de terbeschikkingstelling te beëindigen.

4. Iedere aanpassing van het opdrachtgeverstarief wordt door de uitzendonderneming zo spoedig mogelijk aan de opdrachtgever bekend gemaakt en schriftelijk/per e-mail aan de opdrachtgever bevestigd. Indien door enige oorzaak die toerekenbaar is aan de opdrachtgever de beloning en/of het opdrachtgeverstarief te laag is/zijn vastgesteld, is de uitzendonderneming gerechtigd ook achteraf met terugwerkende kracht de beloning en het opdrachtgeverstarief op het juiste niveau te brengen. De uitzendonderneming kan tevens hetgeen de opdrachtgever daardoor te weinig heeft betaald en kosten, die als gevolg hiervan door de uitzendonderneming zijn gemaakt, aan de opdrachtgever in rekening brengen.

5. Indien de opdrachtgever met de vakkracht een arbeidsverhouding aangaat tijdens een opdracht die niet tussentijds opzegbaar is, is de opdrachtgever gehouden het overeengekomen opdrachtgeverstarief voor de betreffende vakkracht voor de resterende duur van de opdracht te voldoen. Daarnaast dient de opdrachtgever de in lid 6 van artikel 15 genoemde vergoeding te voldoen, voor zover van toepassing.

Artikel 15 – Het aangaan van een arbeidsverhouding met een vakkracht

Opdrachtgever zal geen (rechtstreekse) arbeidsverhouding aangaan met een medewerker van de uitzendonderneming of hiertoe zelfs maar het initiatief nemen, zonder voorafgaand overleg met en schriftelijke toestemming van de uitzendonderneming. Indien opdrachtgever de intentie heeft een vaste medewerker van de uitzendonderneming te benaderen voor een dienstverband bij opdrachtgever, zal deze hiertoe eerst met de uitzendonderneming in overleg treden.

1. Voor het bepaalde in dit artikel wordt onder het aangaan van een arbeidsverhouding met een vakkracht verstaan:

  • het aangaan van een arbeidsovereenkomst, een overeenkomst tot aanneming van werk en/of een overeenkomst van opdracht door de opdrachtgever met de vakkracht
  • het ter beschikking laten stellen van de betreffende vakkracht aan de opdrachtgever door een derde (bijvoorbeeld een andere uitzendonderneming)
  • het aangaan van een arbeidsverhouding door de vakkracht met een derde, waarbij de opdrachtgever en die derde in een groep zijn verbonden (als bedoeld in artikel 2:24b BW) dan wel de één een dochtermaatschappij is van de ander (als bedoeld in artikel 2:24a BW).

2. Voor het bepaalde in dit artikel wordt onder vakkracht tevens verstaan:

  • de (aspirant-)vakkracht die bij de uitzendonderneming is ingeschreven
  • de (aspirant-)vakkracht die is voorgesteld aan de opdrachtgever
  • de vakkracht wiens terbeschikkingstelling minder dan zes maanden voor het aangaan van de arbeidsverhouding met de opdrachtgever is geëindigd.

3. De opdrachtgever is uitsluitend gerechtigd een arbeidsverhouding aan te gaan met een vakkracht indien en voor zover wordt voldaan aan het hieronder in dit artikel bepaalde.

4. De opdrachtgever brengt de uitzendonderneming schriftelijk op de hoogte van zijn voornemen met de vakkracht een arbeidsverhouding aan te gaan, alvorens aan dat voornemen uitvoering te geven.

5. De opdrachtgever zal geen arbeidsverhouding met de vakkracht aangaan indien en voor zover de vakkracht de arbeidsovereenkomst met de uitzendonderneming niet rechtsgeldig kan doen eindigen of beëindigd heeft en indien en voor zover de opdrachtgever de opdracht met de uitzendonderneming niet rechtsgeldig kan doen eindigen of beëindigd heeft.

6. Indien de opdrachtgever overeenkomstig het hiervoor in lid c. tot en met e. bepaalde binnen een termijn van 2080 gewerkte uren na aanvang van de terbeschikkingstelling een arbeidsverhouding met de vakkracht aangaat voor dezelfde of een andere functie, is de opdrachtgever aan de uitzendonderneming de volgende vergoeding verschuldigd: 23% van het laatstelijk geldende opdrachtgeverstarief voor de betrokken vakkracht berekend over 2080 uren, minus het aantal uur dat de terbeschikkingstelling heeft geduurd en waarover het opdrachtgeverstarief is betaald. Onder ‘gewerkte uren’ wordt in dit artikel verstaan: uren waarin de vakkracht bij de opdrachtgever werkzaam is geweest in het kader van de opdracht. De opdrachtgever is de in dit lid genoemde vergoeding ook verschuldigd indien de opdrachtgever de vakkracht binnen zes maanden nadat de terbeschikkingstelling aan de opdrachtgever is geëindigd rechtstreeks of via derden benadert, en de opdrachtgever naar aanleiding daarvan met de betreffende vakkracht een arbeidsverhouding aangaat.

7. Indien een vakkracht door tussenkomst van de uitzendonderneming aan een mogelijke opdrachtgever is voorgesteld en deze mogelijke opdrachtgever met die vakkracht een arbeidsverhouding aangaat voor dezelfde of een andere functie voordat de terbeschikkingstelling tot stand komt, is deze mogelijke opdrachtgever een vergoeding verschuldigd van 23% van het opdrachtgeverstarief, dat voor de betrokken vakkracht van toepassing zou zijn geweest over een periode van 2080 uren, indien de terbeschikkingstelling tot stand zou zijn gekomen. Dit is ook geldend als een vakkracht op basis van werving en selectie is voorgesteld. De opdrachtgever is deze vergoeding altijd verschuldigd indien de opdrachtgever in eerste instantie door tussenkomst van de uitzendonderneming in contact is gekomen met de vakkracht. Ook indien de vakkracht binnen zes maanden nadat het contact tot stand is gekomen rechtstreeks of via derden bij de opdrachtgever solliciteert of indien de opdrachtgever de vakkracht binnen zes maanden nadat het contact tot stand is gebracht rechtstreeks of via derden benadert, en naar aanleiding daarvan met de betreffende vakkracht een arbeidsverhouding aangaat, is de opdrachtgever de vergoeding verschuldigd zoals genoemd in de eerste volzin van dit lid.

8. Het opdrachtgeverstarief, zoals meermalen vermeld in dit artikel, wordt berekend over het per periode (week, maand, en dergelijke) krachtens opdracht en voorwaarden laatstelijk geldende of gebruikelijke aantal uren of overuren, als ware de opdracht tot stand gekomen respectievelijk niet geëindigd, met een minimum van 20 uur per week.

9. De opdrachtgever is zich bewust van het feit dat de periode- en ketenregeling van toepassing is wanneer een vakkracht wordt overgenomen door opdrachtgever. Contracten van de vakkracht bij de uitzendonderneming ten tijde van de tewerkstelling bij opdrachtgever, tellen mee in de periode en ketenregeling. De uitzendonderneming zal het aantal contracten doorgeven wanneer opdrachtgever hierom verzoekt. Eventuele risico’s en aansprakelijkheid inzake het niet correct toepassen van de periode- en ketenregeling door opdrachtgever kunnen nimmer bij de uitzendonderneming worden neergelegd.

Artikel 16 – Facturatie

1. Facturatie vindt plaats op basis van de met de opdrachtgever overeengekomen wijze van tijdverantwoording en voorts op basis van hetgeen de opdracht, bij overeenkomst of deze voorwaarden is bepaald.

2. De opdrachtgever en uitzendonderneming kunnen overeenkomen dat de tijdverantwoording geschiedt middels een tijdregistratiesysteem, een elektronisch en/of automatiseringssysteem of middels door of voor de opdrachtgever opgestelde overzichten.

3. De opdrachtgever draagt zorg voor een correcte en volledige tijdverantwoording en is gehouden erop toe te zien of te doen toezien, dat de daarin opgenomen gegevens van de vakkracht correct en naar waarheid zijn vermeld, zoals: naam van de vakkracht, het aantal gewerkte uren, overuren, onregelmatigheidsuren en ploegenuren, de overige uren waarover ingevolge de opdracht en voorwaarden het opdrachtgeverstarief is verschuldigd, de eventuele toeslagen en eventuele werkelijk gemaakte onkosten.

4. Indien de opdrachtgever de tijdverantwoording aanlevert, zorgt hij ervoor dat de uitzendonderneming, aansluitend aan de door de vakkracht gewerkte week, over de tijdverantwoording beschikt. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor de wijze waarop de tijdverantwoording aan de uitzendonderneming wordt verstrekt. Indien de tijdsverantwoording te laat door opdrachtgever wordt aangeleverd, is uitzendbureau gerechtigd de tijdsverantwoording mondeling met de vakkracht te accorderen en daarmee toe te passen voor verloning en facturatie.

5. Alvorens de opdrachtgever de tijdverantwoording aanlevert, geeft hij de vakkracht de gelegenheid de tijdverantwoording te controleren. Indien en voor zover de vakkracht de in de tijdverantwoording vermelde gegevens betwist, is de uitzendonderneming gerechtigd de uren en kosten vast te stellen overeenkomstig de opgave van de vakkracht, tenzij de opdrachtgever kan aantonen dat de door hem vermelde gegevens correct zijn.

6. Indien de tijdverantwoording geschiedt middels door de vakkracht aan te leveren declaratieformulieren, behoudt de opdrachtgever een kopie van het declaratieformulier. Bij verschil tussen het door de vakkracht bij de Uitzendonderneming ingeleverde declaratieformulier en het door de opdrachtgever behouden afschrift, geldt het door de vakkracht bij de uitzendonderneming ingeleverde declaratieformulier voor de afrekening als volledig bewijs, behoudens geleverd tegenbewijs door de opdrachtgever.

Artikel 17 – Bijzondere minimale betalingsverplichtingen

Indien:

1. De omvang van de door de vakkracht te verrichten arbeid en/of de werktijden niet duidelijk zijn vastgelegd en de opdrachtgever de vakkracht niet of minder dan drie (aaneengesloten) uren per oproep in de gelegenheid stelt om de overeengekomen arbeid te verrichten, is de opdrachtgever aan de uitzendonderneming per oproep het opdrachtgeverstarief verschuldigd over drie of zoveel meer uren als overeengekomen, of;

2. De vakkracht zich meldt op de afgesproken tijd en plaats voor het verrichten van de uitzendarbeid, maar door de opdrachtgever niet in staat wordt gesteld de uitzendarbeid aan te vangen, of;

3. De opdrachtgever werkt met een elektronisch of schriftelijk doorgegeven planning welke niet minimaal 4 dagen van tevoren gewijzigd wordt. Opdrachtgever is in deze gevallen verplicht om de oorspronkelijke werkuren conform planning door te betalen, óók wanneer uren op een ander moment ingehaald kunnen worden.

Artikel 18 – Betaling en gevolgen wanbetaling

1. De opdrachtgever is te allen tijde gehouden elke door de uitzendonderneming ingediende nota binnen veertien kalenderdagen na factuurdatum te voldoen. Indien een nota niet binnen deze periode is betaald, is de opdrachtgever vanaf dan zonder ingebrekestelling van rechtswege in verzuim en een rente van 1% per maand verschuldigd, waarbij een deel van een maand tot een volle maand wordt gerekend. Opschorting van betaling of verrekening is aan opdrachtgever niet toegestaan.

2. Uitsluitend betalingen aan de uitzendonderneming of aan een door de uitzendonderneming schriftelijk aangewezen derde werken bevrijdend. Betalingen aan vakkrachten of het verstrekken van voorschotten aan vakkrachten zijn onverbindend en kunnen nimmer grond opleveren voor schulddelging of schuldvergelijking.

3. De in het bezit van de uitzendonderneming zijnde kopie van de door de uitzendonderneming verzonden nota geldt als volledig bewijs van de verschuldigdheid van de rente en de dag, waarop de renteberekening begint.

4. Opmerkingen en wijzigingen betreffende enige nota moeten binnen tien kalenderdagen na de factuurdatum schriftelijk bij de uitzendonderneming zijn ingediend, na deze periode vervalt het wijzigingsrecht van de opdrachtgever. De bewijslast betreffende tijdige indiening van de wijziging rust op de opdrachtgever. Indien een klacht wordt ingediend, kan de opdrachtgever niettemin geen beroep doen op opschorting van de betalingsverplichting of op verrekening.

5. Alle kosten van inning komen geheel voor rekening van de opdrachtgever. De vergoeding voor buitengerechtelijke kosten worden gefixeerd op 15% van de verschuldigde hoofdsom inclusief rente met een minimum van € 500,- per vordering. Deze vergoeding zal steeds, zodra rechtsbijstand door de uitzendonderneming of door de derde die tot de betaling gerechtigd is, is ingeroepen respectievelijk de vordering door de uitzendonderneming ter incasso uit handen is gegeven, zonder enig nader bewijs in rekening worden gebracht en door de opdrachtgever verschuldigd zijn.

Artikel 19 – Inspanningsverplichting en aansprakelijkheid uitzendonderneming

1. De uitzendonderneming is gehouden zich in te spannen om de opdracht naar behoren uit te voeren. Indien en voor zover de uitzendonderneming deze verplichting niet nakomt, is de uitzendonderneming, met inachtneming van het hierna in de leden 2 en 3 en het elders in de Algemene Voorwaarden bepaalde, gehouden tot vergoeding van de daaruit voortvloeiende directe schade van de opdrachtgever, mits de opdrachtgever zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden na het ontstaan of bekend worden van die schade een schriftelijke klacht ter zake indient bij de uitzendonderneming en daarbij aantoont dat de schade het rechtstreekse gevolg is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van de uitzendonderneming.

2. Iedere eventuele uit de opdracht voortvloeiende aansprakelijkheid van de uitzendonderneming is beperkt tot het door de uitzendonderneming aan de opdrachtgever in rekening te brengen opdrachtgeverstarief voor de uitvoering van de opdracht, zulks voor het overeengekomen aantal arbeidsuren en de overeengekomen duur van de opdracht tot een maximum van drie maanden. Het door de uitzendonderneming maximaal uit te keren bedrag gaat in geen geval het door haar verzekering uit te keren bedrag te boven.

3. Aansprakelijkheid van de uitzendonderneming voor indirecte schade, daaronder begrepen gevolgschade, gederfde winst, gemiste besparingen en schade door bedrijfsstagnatie, is in alle gevallen uitgesloten.

Artikel 20 – Intellectuele en industriële eigendom

1. De uitzendonderneming zal de vakkracht op verzoek van de opdrachtgever, een schriftelijke verklaring laten ondertekenen teneinde – voor zover nodig en mogelijk – te bewerkstelligen c.q. bevorderen, dat alle rechten van intellectuele en industriële eigendom op de resultaten van de werkzaamheden van de vakkracht toekomen, respectievelijk (zullen) worden overgedragen aan de opdrachtgever. Indien de uitzendonderneming in verband hiermee een vergoeding verschuldigd is aan de vakkracht of anderszins kosten dient te maken, is de opdrachtgever een gelijke vergoeding c.q. gelijke kosten verschuldigd aan de uitzendonderneming.

2. Het staat de opdrachtgever vrij om rechtstreeks een overeenkomst met de vakkracht aan te gaan of hem een verklaring ter ondertekening voor te leggen ter zake van de in lid 1 bedoelde intellectuele en industriële eigendomsrechten. De opdrachtgever informeert de uitzendonderneming over zijn voornemen daartoe en verstrekt een afschrift van de ter zake opgemaakte overeenkomst/verklaring aan de uitzendonderneming.

3. De uitzendonderneming is jegens de opdrachtgever niet aansprakelijk voor een boete of dwangsom, die de vakkracht verbeurt of eventuele schade van de opdrachtgever als gevolg van het feit dat de vakkracht zich beroept op enig recht van intellectuele en/of industriële eigendom.

Artikel 21 – Geheimhouding

1. De uitzendonderneming en de opdrachtgever zullen geen vertrouwelijke informatie van of over de andere partij, diens activiteiten en relaties, die hen ter kennis is gekomen ingevolge de opdracht, verstrekken aan derden, tenzij – en alsdan voor zover – verstrekking van die informatie nodig is om de opdracht naar behoren te kunnen uitvoeren of op hen een wettelijke plicht tot bekendmaking rust.

2. De uitzendonderneming zal op verzoek van de opdrachtgever de vakkracht verplichten geheimhouding te betrachten omtrent al hetgeen hem bij het verrichten van de werkzaamheden bekend of gewaarwordt, tenzij op de vakkracht een wettelijke plicht tot bekendmaking rust.

3. Het staat de opdrachtgever vrij om de vakkracht rechtstreeks te verplichten tot geheimhouding. De opdrachtgever informeert de uitzendonderneming over zijn voornemen daartoe en verstrekt een afschrift van de ter zake opgemaakte verklaring/overeenkomst aan de uitzendonderneming.

4. De uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor een boete, dwangsom of eventuele schade van de opdrachtgever als gevolg van schending van die geheimhoudingsplicht door de vakkracht.

Artikel 22 – Verificatie- en bewaarplicht opdrachtgever

1. De opdrachtgever aan wie door de uitzendonderneming een vakkracht ter beschikking wordt gesteld, verifieert en stelt de identiteit vast van de vakkracht conform de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, waaronder begrepen doch niet beperkt tot de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), de Wet op de loonbelasting en de Wet op de identificatieplicht. Tevens zal de opdrachtgever voldoen aan de op de hem deswege rustende administratie- en bewaarplichten.

2. Ter zake vreemdelingen verklaart de opdrachtgever zich uitdrukkelijk bekend met de Wav, onder meer inhoudende dat de opdrachtgever bij aanvang van de arbeid door een vreemdeling een afschrift van het document bedoeld in artikel 1 sub 1 tot en met 3 van de Wet op de identificatieplicht, van de vreemdeling dient te ontvangen. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor een zorgvuldige controle van dit document, stelt aan de hand daarvan de identiteit van de vreemdeling vast en neemt een afschrift van het document op in zijn administratie. De uitzendonderneming is niet verantwoordelijk dan wel aansprakelijk voor een eventuele boete die in het kader van de Wav aan de opdrachtgever wordt opgelegd.

3. De opdrachtgever verklaart zich nadrukkelijk bekend met de geldende wet- en regelgeving aangaande de verwerking van persoonsgegevens. De uitzendonderneming en de opdrachtgever zullen elkaar in staat stellen voornoemde wetgeving te kunnen naleven. De opdrachtgever zal de via de uitzendonderneming verkregen persoonsgegevens in ieder geval slechts gebruiken voor het doel waarvoor zij zijn verkregen, zal deze niet langer bewaren dan conform wet- en regelgeving toegestaan en zal zorgen voor een adequate beveiliging van deze persoonsgegevens.

Artikel 23 – Voorkoming van discriminatie

1. Opdrachtgever en uitzendonderneming zullen geen verboden onderscheid maken, niet naar godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, geslacht, ras, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, handicap, chronische ziekte, leeftijd of welke grond dan ook. Opdrachtgever en uitzendonderneming zullen uitsluitend voor de functie relevante eisen stellen of mee laten wegen bij het verstrekken respectievelijk uitvoeren van de opdracht, en bij de selectie en de behandeling van vakkrachten.

2. Opdrachtgever is bekend met de Klokkenluiderswet en waarborgt dat de vakkracht op de gelijke wijze als zijn eigen personeel toegang krijgt tot de klokkenluidersregeling indien de opdrachtgever een dergelijke regeling kent of op hem van toepassing is.

3. Indien de opdrachtgever een klachtenregeling kent met betrekking tot de bejegening van vakkrachten, zal hij waarborgen dat de vakkracht op gelijke wijze als zijn eigen personeel toegang krijgt tot deze klachtenregeling. Het gaat hierbij enkel om klachten die niet het werkgeverschap van de uitzendonderneming betreffen. Dit alles, voor zover er geen wettelijke verplichtingen anderszins bestaan. Op de website van de uitzendonderneming (Formulieren - Westerduin) is het document anti-discriminatie beleid te vinden, waarin staat vermeldt wat de uitzendonderneming toepast om discriminatie te voorkomen en hoe zij zal handelen als dit wel voorkomt.

Artikel 24 – Medezeggenschap

1. De opdrachtgever is gehouden om de vakkracht die lid is van de ondernemingsraad van de uitzendonderneming of van de ondernemingsraad van de opdrachtgever, in de gelegenheid te stellen deze medezeggenschapsrechten uit te oefenen conform wet- en regelgeving.

2. Indien de vakkracht medezeggenschap uitoefent in de onderneming van de opdrachtgever, is de opdrachtgever het opdrachtgeverstarief ook verschuldigd over de uren waarin de vakkracht onder werktijd werkzaamheden verricht of een opleiding volgt in verband van het uitoefenen van medezeggenschap.

3. Opdrachtgever verklaart zich bekend met zijn informatieverplichtingen op grond van de Wet op de ondernemingsraden (hierna: WOR) betreffende de (verwachte) inzet van vakkrachten in zijn onderneming. Indien en voor zover opdrachtgever bij de vervulling van deze informatieverplichtingen zich wenst te baseren op door de uitzendonderneming verstrekte of te verstrekken gegevens, zal die verstrekking van gegevens niet verder gaan dan waar de WOR toe verplicht.

Artikel 25 – Verplichtingen met betrekking tot de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs

1. De opdrachtgever verklaart zich uitdrukkelijk bekend met artikel 8b van het Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en zorgt dat vakkrachten gelijke toegang hebben tot de bedrijfsvoorzieningen of diensten in zijn onderneming, met name kantines, kinderopvang- en vervoersfaciliteiten, als de vakkrachten, die in dienst van zijn onderneming werkzaam zijn in gelijke of gelijkwaardige functies, tenzij het verschil in behandeling om objectieve redenen gerechtvaardigd is.

2. De opdrachtgever verklaart zich uitdrukkelijk bekend met artikel 8c van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en zorgt ervoor dat binnen zijn onderneming ontstane vacatures tijdig en duidelijk ter kennis worden gebracht aan de vakkracht, opdat deze dezelfde kansen op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft als de werknemers van die onderneming.

3. De opdrachtgever verklaart zich uitdrukkelijk bekend met artikel 10 Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Het is de uitzendonderneming niet toegestaan medewerkers ter beschikking te stellen aan de opdrachtgever of in het gedeelte van de onderneming van opdrachtgever waar een werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting bestaat. De opdrachtgever zal de uitzendonderneming tijdig en volledig informeren over het voornemen, aanvangen, voortduren of eindigen van door de vakbonden georganiseerde of ongeorganiseerde collectieve acties, waaronder doch niet uitsluitend een werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting. De opdrachtgever zal in de uitvoering van zijn toezicht en leiding over de vakkracht uitdrukkelijk geen opdrachten aan de vakkracht verstrekken waardoor artikel 10 Waadi zal worden overtreden. Zoals, maar niet beperkt tot, het door vakkrachten laten uitvoeren van werkzaamheden die normaliter worden uitgevoerd door werknemers die op dat moment deelnemen aan de collectieve acties.

4. De opdrachtgever verklaart zich uitdrukkelijk bekend met artikel 12a Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. De opdrachtgever zal voor de aanvang van de terbeschikkingstelling en daarna wanneer nodig tijdig en volledig schriftelijk of elektronisch informatie over de arbeidsvoorwaarden aan de uitzendonderneming verschaffen.

Artikel 26 – Toepasselijk recht en geschillen

Op deze algemene voorwaarden, opdrachten en/of overige overeenkomsten is Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die voortvloeien uit of samenhangen met een rechtsverhouding tussen partijen waarop deze Algemene Voorwaarden van toepassing zijn, zullen in eerste aanleg bij uitsluiting worden beslecht door de bevoegde rechter van het arrondissement, waarin het hoofdkantoor van de uitzendonderneming is gevestigd.

Artikel 27 – Slotbepaling

Indien één of meer bepalingen van deze Algemene Voorwaarden nietig zijn of vernietigd worden, zullen de opdracht en de Algemene Voorwaarden voor het overige van kracht blijven. De bepalingen die niet rechtsgeldig zijn of rechtens niet kunnen worden toegepast, zullen worden vervangen door bepalingen die zoveel mogelijk aansluiten bij de strekking van de te vervangen bepalingen.